Kind en reptielenbrein

Het reptielenbrein, heel veel mensen zal het niet veel zeggen en toch eigenlijk ben je dagelijks met je reptielenbrein aan het spelen of aan het interacteren. Je reptielenbrein is de basis van je overleving. Zonder reptielenbrein is er geen overleving mogelijk.

Je reptielenbrein regelt, zonder dat je het door hebt je ademhaling, bloeddruk, hartslag, temperatuur, maar zorgt ook voor efficiënte reacties op situaties die ook de overleving kunnen schaden. Maar welke situaties zijn dat? In principe vind je het waarschijnlijk logisch dat bij een leeuw die je huis binnenkomt er gedacht wordt dat de overleving in gedrang komt en dat het reptielenbrein dan gaat reageren met een overlevingsreactie (vechten / vluchten of verstarren). Maar ook in situaties waarbij je geen roofdier ziet, zie je mensen reageren met een vechtreactie, een vluchtreactie of een verstarreactie. Dit komt omdat alle situaties waar jij ooit in terecht bent gekomen opgeslagen worden in je brein, in het zoogdierenbrein. Alle details die er op dat moment aanwezig zijn (de geur, de smaak, dat wat je ziet, dat wat je hoort en dat wat je voelt) wordt gedetecteerd in zo’n situatie en bij een volgende, zo’n spannende situatie wordt er direct gereageerd vanuit het reptielenbrein. En deze ‘inprentingen’ krijg je ook mee van je ouders en voorouders.

Soms reageer je dus vanuit het reptielenbrein, terwijl je eigenlijk denkt, maar ik ben niet in gevaar, maar dan vind je lichaam toch dat je in gevaar bent.

Maar wanneer is dat zo? Als iemand iets zegt wat mij raakt, reageer ik vanuit het reptielenbrein met een vechten (weerwoord) een vluchten (snel over iets anders hebben) of een verstarren (net doen alsof het je niets doet). Eigenlijk lijkt het dan, dat wat mij raakt, dat dat voor mij voelt als een roofdier, want zo reageer ik. En als mij dat raakt, dan zorg ik dat ik niet meer in die situatie ben of dat ik er sterk genoeg voor ben. Ik ga uit de verbinding met de situatie of ik ga het gevecht aan met de situatie.

Bij alles wat je raakt en waar je op reageert in je systeem (vaak zonder dat je het door hebt) is ergens een ‘roofdier’ voor je verstopt. En als je ont-dekt wat het roofdier is, dan krijg je een heel andere situatie. Als ik bijvoorbeeld te horen krijg van de leraar van mijn kind dat mijn kind er uit gestuurd is om dat het heel naar deed in de klas. En stel ik denk, oh oké en het raakt me niet. Dan zie ik die situatie niet als ‘roofdier’. Maar stel ik voel dat ik van binnen verdrietig wordt, of ik kan het niet loslaten, of ik wil er het fijne van weten bij mijn kind, dan raakt de situatie mij en mag ik gaan onderzoeken wat het roofdier is in deze situatie. Want raakt het me niet, dan blijf ik in verbinding met mijn kind (ongeïnteresseerd zijn daar gelaten), maar raakt het me wel, dan voelt mijn kind ook dat ik ‘onhandig reageer’ en misschien de situatie wel afwijs.

Als je ontdekt bij jezelf wat je raakt en je ziet bij jezelf wat jij daar uit mag ‘leren’, kun je in situaties bij je kinderen beter in verbinding blijven met je kinderen en hun het gevoel hebben dat jij in verbinding bent en blijft en ze niet afwijst.